klasseloos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klas·se·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen klasseloos klasselozer klasseloost
verbogen klasseloze klasselozere klasselooste
partitief klasseloos klasselozers -

Bijvoeglijk naamwoord

klasseloos

  1. met een bevolking die niet star verdeeld is in sociaal-economische categorieën
    • In een klasseloze maatschappij zijn alle mensen gelijkwaardig. 
Schrijfwijzen
Opmerkingen
  • Sinds 2005 geeft de Leidraad bij de spellingvoorschriften in regel 9.A uitdrukkelijk aan dat bij afleidingen de tussenklank -e- wordt toegevoegd.[1] Tot dan kon de -en- gebruikt worden als het eerste deel werd opgevat als een meervoudsvorm.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen