slagader

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·ader
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagader slagaders
slagaderen
verkleinwoord slagadertje slagadertjes

Zelfstandig naamwoord

slagader v/m

  1. (anatomie) een bloedvat die van het hart af stroomt
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be