bloedvat

Nederlands

 
bloedvat
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloed·vat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloedvat bloedvaten
verkleinwoord bloedvaatje bloedvaatjes

Zelfstandig naamwoord

bloedvat o

  1. (anatomie) kanaal waardoor bloed stroomt
    • De druk in de bloedvaten is wisselend. 
    • De wand van de bloedvaten is dik bij een slagader en dun bij een ader. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be