[1] Twee knoppen
De bovenkant van een zwaard met bovenaan de ronde knop, daaronder het gevest, daaronder de horizontale stootplaat, en daaronder de bovenkant van de kling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppen
verkleinwoord knopje knopjes

Zelfstandig naamwoord

knop m

  1. (techniek) klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat bedoeld om in te drukken ter besturing ervan
    • Druk op de knop om het afspelen te starten. 
  2. (plantkunde) het begin van een uitloper zoals tak, blad of bloem van een plant
    • De bloem zit nog in de knop. 
  3. uiteinde van een steekwapen aan de kant van het handvat
     Eindelijk een wapenschild, waarin voorkomen, boven een ster, in de midden een roos, en onder een knop van een speer.[5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat

  • Aan de knoppen zitten
Ergens de leiding over hebben
  • De knop gaat om
Er verandert iets
•  Na South Lake Tahoe ging de knop om en liep ik direct vier dagen achter elkaar een marathon van 42 kilometer per dag. [6] 
  • De knop omzetten
Een drastische verandering doorvoeren
  • De rode knop
Een knop waarmee iets gevaarlijks in werking kan worden gesteld; meer specifiek de mogelijkheid om kernwapens te activeren
• De kussens van het pluche zullen voor Trump harder blijken te zijn dan hij gedacht had’, vult van Kappen aan. ‘Als hij binnenkort wordt gebriefd door de inlichtingendiensten en militaire commandostructuren zal hij zich realiseren dat hij opereert binnen een complex systeem en je kunt een land niet besturen buiten dat systeem om. Het is niet zo dat hij in zijn eentje kan besluiten op de rode knop te drukken.[7] 
  • Naar de knoppen gaan
Kapotgaan, verpest/vernietigd etc. worden
  • Naar de knoppen helpen
Bederven, kapotmaken, verpesten

[2] plantkunde

  • In de knop gebroken worden/zijn
In een vroeg stadium alweer worden afgebroken (m.n. van iets wat veelbelovend leek)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord knop knoppe
verkleinwoord knoppie knoppies

Zelfstandig naamwoord

knop

  1. knop