karakter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·rak·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aard, kenmerk’ voor het eerst aangetroffen in 1764 [1]
  • Van Grieks charaktèr (stempel als stempelresultaat, kenmerk). Van Grieks charassein (inkrassen). Van charax (paal). [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord karakter karakters
verkleinwoord karaktertje karaktertjes

Zelfstandig naamwoord

karakter o

  1. aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen
    • Hij is erg zacht van karakter. 
    • Albert Maillard. Hij was een slanke jongen met een enigszins traag, bescheiden karakter. [3] 
  2. een persoon met uitgesproken eigenschappen
     De volgende dagen liepen we vaak de eerste paar uur samen op, hoewel we allebei graag alleen wilden lopen. Het was een soort lange scène uit een Woody Allen film waarin we alles en iedereen analyseerden en vervolgens fileerden. We bespraken de verschillende karakters die we tegen waren gekomen op de trail.[4]
  3. een glief zoals een letter, figuur, symbool
    • Er stond een karakter verkeerd, maar de tekst was nog goed te lezen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "karakter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. karakter op website: Etymologiebank.nl
  3. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 15
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord karakter karakters


Woordafbreking
  • ka·rak·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Nederlands

Zelfstandig naamwoord

karakter

  1. karakter
Synoniemen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /karaktɛr/
Woordafbreking
  • ka·rak·ter
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

karakter monbezield

  1. (verouderd) karakter
Verbuiging
Schrijfwijzen

Meer informatie

Verwijzingen


Wymysoojs

Zelfstandig naamwoord

karakter

  1. karakter