karakterloos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·rak·ter·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen karakterloos karakterlozer karakterloost
verbogen karakterloze karakterlozere karakterlooste
partitief karakterloos karakterlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

karakterloos

  1. zonder karakter
    • Wij wonen in een karakterloos huis in een karakterloze buurt in een karakterloze stad. 
     De meeste vakantiegangers nemen de Autoroute du Soleil, een ongezellige snelweg met irritante tolpoorten en karakterloze wegrestaurants.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant