grondwet

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·wet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondwet grondwetten
verkleinwoord grondwetje grondwetjes

Zelfstandig naamwoord

grondwet v/m

  1. (regering) wet die de principes van een staat definieert
    • Nederlandse hoogleraren: verdrag EU en Canada in strijd met grondwet [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen