achttal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • acht·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achttal achttallen
verkleinwoord achttalletje achttalletjes

Zelfstandig naamwoord

achttal o

  1. welgeteld acht
    • Er is nog een achttal appelen in de mand. 
  2. een groep van acht
    • Er is nog een achttal over. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be