tiental

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·tal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tiental tientallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tiental o

  1. met het aantal van tien
    • Het vertrek werd onmiddellijk gestopt en alle passagiers werden uit het vliegtuig gehaald. Het vliegtuig verliet Manchester uiteindelijk pas zaterdagochtend om 05.00 uur met enkele tientallen minder passagiers aan boord. [1] 
     In het boek staan tientallen foto's. "We hebben het hele paleis geanalyseerd en alle ruimtes in beeld gebracht met de vraag: waar zitten scheuren en beschadigingen?", zegt Verfürden tegen RTV Utrecht. "Op basis daarvan maakten we het restauratieplan."[2]
     Johnson treedt ook per direct af als partijleider van de Conseratieve Partij. Vorige maand overleefde hij nog een vertrouwensstemming, toen een meerderheid van zijn partijgenoten vond dat hij kon aanblijven. Nu tientallen leden van zijn kabinet zijn opgestapt, treedt Johnson alsnog terug.[3]
  2. ongeveer tien
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd
  2.   Weblink bron “Plan voor restauratie Soestdijk gepresenteerd: 'Geen gemakkelijke klus'” (3/6/2020), NOS
  3.   Weblink bron “Britse premier Johnson stapt op, maar blijft zitten tot opvolger bekend is” (onderdag 07 juli 2022), NU.nl
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be