zonnewende

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·wen·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnewende zonnewenden
zonnewendes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zonnewende v/m

  1. de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke of zuidelijke positie (de keerkringen) bereikt
    • Vandaag, 21 juni 2007, is de zonnewende. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be