oorrobben


Nederlands

 
Zuid-Amerikaanse zeebeer
(Arctocephalus australis)
Uitspraak
  • (IPA in voorbereiding)
Woordafbreking
  • oor·rob·ben
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oorrobben
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oorrobben mv

  1. (roofdieren) familie Otariidae   van zoogdieren die hun voedsel in het water vangen, maar hun jongen op het land ter wereld brengen
    Ze komen voor langs de kusten van de Grote Oceaan en de Zuidelijke Oceaan en behoren net als de zeehonden en walrussen tot de orde der roofdieren (Carnivora  )
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie