• uit·spraak
enkelvoud meervoud
naamwoord uitspraak uitspraken
verkleinwoord uitspraakje uitspraakjes

de uitspraakv / m

  1. (taalkunde) manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen
     Je heet, je moet me de uitspraak niet kwalijk nemen, ging hij verder, nog steeds met diezelfde vreemde blik, je heet Eric Henri Oscar Lauritz Letang. En je bent Frans staatsburger.[2]
  2. een woord of zin door iemand uitgesproken waarin een mening wordt geuit, bewering
    • De wens van de coalitiepartners zal ongetwijfeld weer leiden tot een stevig gesprek. Dat gebeurde vorige week ook naar aanleiding van de uitspraken van Dijkhoff. Toen zei CU-voorman Segers na afloop: „We gaan vol goede moed verder, maar dit soort dingen moet niet te vaak gebeuren.” [3] 
  3. (juridisch) het uiten, bekendmaken van een oordeel in een rechtbank
    • De uitspraak toonde volgens sommige analisten aan dat wie geld genoeg had om de beste advocaten in te huren, ongestraft een moord kon plegen [4] 
     Daarmee schuift het hof het oordeel over het werk van de inspectie door naar de bestuursrechter in Amsterdam, die op 20 januari uitspraak doet over de rechtmatigheid van het optreden van onderwijsminister Arie Slob in de Haga-zaak.[5]
100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus  , ISBN 9789044632767
  3. Reformatorisch Dagblad Gerard Vroegindeweij 21-1-2019Het knettert in de coalitie dankzij reclameman
  4. Wikipedia (O.J._Simpson)
  5.   Weblink bron
    Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper
    “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  6.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


uitspraak

  1. uitspraak