situatie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·tu·a·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord situatie situaties
situatiën
verkleinwoord situatietje situatietjes

Zelfstandig naamwoord

situatie v

  1. hoe de zaken er voorliggen, toestand
    • Na de staatsgreep is de situatie in het land bijzonder verward. 
     Voor mijn eigen gezondheid ben ik niet bang, maar dit is een situatie waarover iedereen zich zorgen zou moeten maken.[3]
     Als de wind hard van het vaste land afblaast, is het gevaar dat als je op je luchtbed ligt, je te ver afdrijft. Als het goed is hangt in deze situatie ook de oranje windzak uit.[4]
  2. ligging
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "situatie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. situatie op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron Charlotte Huisman “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  4.   Weblink bron “Dit moet je weten over een mui, een plek die je de zee in kan sleuren”, NOS-stories
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be