woonsituatie


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woon·si·tu·a·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woonsituatie woonsituaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woonsituatie v

  1. de manier waarop iemand woont
    • Hun kersverse bedrijf Zosaam biedt niet alleen geïndiceerde zorg, maar gaat een stap verder. „De behoefte van de cliënt is leidend, niet de agenda van de organisatie.” Zo bieden de onderneemsters persoonlijke aandacht. „Soms is het al genoeg om er gewoon te zijn.” Daarnaast wordt bekeken hoe medische ellende kan worden voorkomen. „Door toe te zien of de medicatie geen chaos is, of de voeding voldoet, of de woonsituatie nog wel veilig is.” [1] 
    • De basisbeurs werd in het studiejaar 2015/2016 afgeschaft. De Tweede Kamer vond dat niet alleen de overheid, maar ook studenten zelf of hun ouders moeten investeren in hun opleiding. Studenten die in het oude systeem alleen een basisbeurs zouden ontvangen, krijgen in het nieuwe systeem 100 of 279 euro per maand minder, afhankelijk van hun woonsituatie. [2] 
    • Opleidingsniveau, hoogte van het inkomen, leeftijd, woonsituatie en geluksgevoel spelen hierbij een rol. Zo hebben lager opgeleiden meer geldzorgen (37 procent) dan mensen met een hoger opleidingsniveau (29 procent) en hebben mensen met een benedenmodaal inkomen (41 procent) meer financiële zorgen dan zij met een bovenmodaal inkomen (26 procent). [3] 
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid


Verwijzingen