noodsituatie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·si·tu·a·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodsituatie noodsituaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noodsituatie v

  1. een situatie waarin groot gevaar dreigt
    • Door de grote overstroming ontstond er een noodsituatie bij het ziekenhuis. 
    • Wegens de noodsituatie verklaarde de regering dat de noodtoestand werd uitgeroepen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be