Null.
Nul.


Cimbrisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse nullus

Hoofdtelwoord

nul

  1. nul; 0, één minder dan één


Duits

       
0 0 0 0
null,
op een abacus
Uitspraak
Woordafbreking
  • null
Telwoord (Duits)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
1066 1069 1072 1075 1099 10100 10120 10303 103003
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse nullus

Hoofdtelwoord

null v

  1. nul; 0, één minder dan één
Synoniemen

Bijvoeglijk naamwoord

null

  1. (informatica) null, NULL; de onbepaalde waarde van een variabele
Synoniemen

Werkwoord

null

  1. tweede persoon tegenwoordige tijd gebiedende wijs bedrijvende vorm van nullen


Estisch

Telwoord (est)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

null

  1. nul
Schrijfwijzen


Faeröers

Telwoord (fao)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

null

  1. nul


Luxemburgs

Telwoord (ltz)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17, 17 70, 70 700 1021
8 18 80, 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

null

  1. nul


Nedersaksisch

Hoofdtelwoord

null

  1. nul; 0, één minder dan één
Schrijfwijzen


Noors

Telwoord (nor)
0
1
1
11 10 100 103
2 12 20
20
200 106
3 13 30
30
300 109
4 14 40
40
400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7
7
17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • null

Hoofdtelwoord

null

  1. nul
Verwante begrippen


Nynorsk

Telwoord (nno)
0
1
1
1
11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • null

Hoofdtelwoord

null

  1. nul
Verwante begrippen


Oost-Fries

Hoofdtelwoord

null

  1. nul; 0, één minder dan één


Pennsylvania-Duits

Telwoord (pdc)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900
Uitspraak
Woordafbreking
  • null

Hoofdtelwoord

null

  1. nul
Synoniemen


Riograndenser Hunsrückisch

Uitspraak

Hoofdtelwoord

nul

  1. nul; 0, één minder dan één


Westfaals

Hoofdtelwoord

null

  1. (Oostwestfaals) nul; 0, één minder dan één
Schrijfwijzen


Wymysoojs

Hoofdtelwoord

nul

  1. nul; 0, één minder dan één