menselijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • men·se·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van mens met het achtervoegsel -lijk en met het invoegsel -e-.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen menselijk menselijker menselijkst
verbogen menselijke menselijkere menselijkste
partitief menselijks menselijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

menselijk

  1. zoals de mens
    • Boos worden is nu eenmaal menselijk. 
  2. goed voor de medemens
    • Als zij zich menselijk zouden opstellen waren er niet zo veel mensen gestorven. 
  3. betrekking hebbend op de Homo sapiens
     Ik had verwacht dat ik me misschien eenzaam zou voelen, menselijk contact zou missen en onrustig zou worden.[1]
     Het was te ver verwijderd van de alledaagse werkelijkheid en de realiteit van menselijke emoties, behoeftes en imperfecties.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be