onmenselijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·men·se·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onmenselijk onmenselijker onmenselijkst
verbogen onmenselijke onmenselijkere onmenselijkste
partitief onmenselijks onmenselijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

onmenselijk

  1. niet goed voor de medemens
    • Er waren vele onmenselijke toestanden in die gevangenis. 
     Engeland was ook het probleem niet, er was geen enkele reden voor mededogen met de onmenselijke Engelsen.[1]
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be