geweten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·we·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘besef van goed en kwaad’ voor het eerst aangetroffen in 1588 [1]
  • vervoeging van weten: de stam met omvoegsel ge- -en
  • vervoeging van wijten: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛɪ/ - /e/)
enkelvoud meervoud
naamwoord geweten gewetens
verkleinwoord gewetentje gewetentjes

Zelfstandig naamwoord

geweten o

  1. het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt.
    • Als je zo'n moord kunt plegen, heb je geen geweten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: weten…
geen verbogen vorm

geweten

  1. voltooid deelwoord van weten
  2. (België) bekend
     Het is geweten dat, schoon ten onrechte, de vermaarde doodendans van het kerkhof van Bazel aan Hans Holbein werd toegeschreven Buiten de drie tafereelen welke in 1568 door Hugo Klauber werden bijgevoegd bij de 39 reeds bestaande, met welker herstelling hij belast was, is het gansch onmogelijk te bepalen door welken kunstenaar zij werden uitgevoerd.[2]
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van: wijten…
geen verbogen vorm

geweten

  1. voltooid deelwoord van wijten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "geweten" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2.   Weblink bron Een doodendans van Geeraard Van Wolsschaten in: Désiré van Spilbeeck (uitgever) De Vlaamsche School, Jaargang 21 (1875), Drukkerij A. Fontaine, Antwerpen, p. 84 op dbnl.org  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be