Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zeer warm’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heet heter heetst
verbogen hete hetere heetste
partitief heets heters -

Bijvoeglijk naamwoord

heet

  1. heel warm
    • De koffie is nog te heet om te drinken. 
     De bergpaden waren steiler, de zon heter, de slangen groter en de afstanden tussen waterpunten langer dan ik me had voorgesteld.[3]
     De Mojave is een van de droogste en heetste gebieden van Amerika met temperaturen tot wel 50 °C.[3]
  2. scherp, pittig, brandend van smaak
    • Door de vele pepers was het eten erg heet. 
  3. op enige wijze seksueel getint of seksueel aantrekkelijk
    • Wil je m'n zaad proeven ik ga je geven wat je wil in je mond liefste in je hete mond [4]
    • Laat mij vanavond naar je kamer komen in duizend hete dromen. [5]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
heten

heet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van heten
  2. gebiedende wijs van heten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie


Verwijzingen