Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet
Woordherkomst en -opbouw
[1, 2, 3] enkelvoud meervoud
naamwoord beet beten
verkleinwoord beetje beetjes
[4, 5, 6] enkelvoud meervoud
naamwoord beet beets
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beet

  1. m een samenklemming tussen de kaken
    • De beet van een dolle hond is een ernstige zaak. 
  2. m een steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
    • De huilende baby zat onder de beten, want er was een mug in de kamer. 
  3. v/m (plantkunde) biet
  4. v/m (Jiddisch-Hebreeuws) tweede letter van het alfabet
  5. v/m (Jiddisch-Hebreeuws) getal twee
  6. v/m (Jiddisch-Hebreeuws) huis (als deel van woordcombinaties)
  7. dat wat je met één keer bijten kunt eten, hap
    • Ik neem een beet van de koek. 
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
cursief: alleen Jiddisj; vet: zowel Hebreeuws als Jiddisj
nr.  sluit-
letter
letter  naam in
Hebreeuws 
naam in
Nederlands 
wordt in
Nederlands 
als
cijfer 
1    א   אָלֶף   alef  ollef  ' • a 1
2    ב   בֵּית   beet ,  bet •  beis  b • v 2
3    ג   גִּימֵל   gimel  g 3
4    ד   דָּלֶת   dalet  d 4
5    ה   דָּלֶת   hee  h 5
6    ו   וָו   wav •  wov  v, w • oe 6
7    ז   זַיִן   zajin •  zajen  z 7
8    ח   חֵית   chet •  ches  ch 8
9    ט   טֵית   tet •  tes  t 9
10    י   יוֹד   jod •  joed  ji,ie 10
11  ך   כ   כַּף   kaf ,  chaf •  chof  ch • k 20
12    ל   לָמֶד   lamed  l 30
13  ם   מ   מֵם   mem  m 40
14  ן   נ   נוּן   noen  n 50
15    ס   סָמֶךְ‎   samech  s 60
16    ע   עַיִן   ajin •  ajen  ' • e 70
17  ף   פ   פֵּא   pee  p • f 80
18  ץ   צ   צַדִי   tsadi ,  tsadee •  tsaddi ,  tsaddek  ts 90
19    ק   קוֹף   koef ,  kof  k 100
20    ר   רֵישׁ   reesj  r 200
21    ש   שִׁין   sjien  sj • s 300
22    ת   תָּו‎   tav •  tof  t • t 400
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Bijwoord

beet

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: te pakken, vast
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
bijten

beet

  1. enkelvoud verleden tijd van bijten
    • Ik beet. 
    • Jij beet. 
    • Hij, zij, het beet. 
     ‘Wij willen naar Alaska,’ zei hij op heldere toon. ‘Op zalm vissen,’ vulde Dennis aan. ‘Wilde zalm.’ Chantal beet op haar lip om niet in lachen uit te barsten.[3]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen