aardrijkskunde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·rijks·kun·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aardrijkskunde -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aardrijkskunde v

  1. (wetenschap) discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak, het in kaart brengen van vormen van o.a. cultuur, plantenleven en dierenwereld, gebruik van het milieu en verkeer en het beschrijven van het landschap
    • Topografie is een van de onderdelen van aardrijkskunde. 
  2. een schoolvak over het aardoppervlak, topografie en meer
     Bij het eindexamen aardrijkskunde hebben 23 havoleerlingen een aantal vragen gekregen die voor vwo'ers bedoeld waren. De fout is afgelopen donderdag door een school gemaakt, schrijft het AD. De naam van de school is niet bekendgemaakt. Door deze fout moet nu in allerijl het landelijk examen aardrijkskunde voor het vwo worden aangepast.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen