aardrijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·rijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aardrijk aardrijken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aardrijk o

  1. de aarde met alles wat zij bevat
  2. het mensdom
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be