• in·duc·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord inductie inducties
verkleinwoord

de inductiev

  1. (medisch) opwekking, teweegbrenging, beïnvloeding
  2. (biologie) opwekking van een ontwikkeling in een organisme of weefsel door beïnvloeding door een ander deel
  3. (psychologie) beïnvloeding door iemand met een geestelijke stoornis van mensen uit zijn omgeving
  4. (filosofie) het redeneren waarbij men de afwijking als uitgangspunt neemt en daaruit de algemene regel probeert af te leiden
  5. (wiskunde) een bewijsvoering door de systematiek van enkele typerende gevallen vast te stellen en te bewijzen dat alle overige gevallen zich overeenkomstig gedragen
  6. (taalkunde) de klankwijziging van een klinker door de klank van de erop volgende lettergreep. (beïnvloeding)
  7. (natuurkunde) (elektrotechniek) opwekking van een spanning in een elektrische geleider door een verandering in het omringende magneetveld
95 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]