eerste naamval

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·ste naam·val
Woordherkomst en -opbouw
  • verbinding van  eerste  en naamval, die verwijst naar de plaats van deze naamval op de eerste rij in het tabelletje dat traditioneel gebruikt wordt voor de weergave van het buigingsparadigma
enkelvoud meervoud
naamwoord eerste naamval eerste naamvallen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eerste naamval m

  1. (grammatica) vorm van een naamwoord als dat het onderwerp, naamwoordelijk deel van het gezegde of de aangesproken persoon in een zin is
     De kinderen leren naamvallen in fasen: eerst de eerste naamval (‘der Mann’), dan de vierde (‘den Mann’), en daarna de derde (‘dem Mann’). Veel later komt de tweede (‘des Mannes’).[1]
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Brigitte Osterath “Hebben ook Duitse kinderen problemen met de naamval?” (20 april 2018) op nrc.nl