polycarbonaat

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ly·car·bo·naat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord polycarbonaat polycarbonaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

polycarbonaat o

  1. (materiaalkunde) zeer sterke en doorzichtige kunststof
     Rondom het staketsel van staalbeton heeft Koolhaas doorzichtige panelen van polycarbonaat geplaatst.[1]
  2. (scheikunde) thermoplastisch polymeer waarbij de monomeren verbonden zijn door een carbonaatbinding (wikidata: polycarbonaat  )
     Polycarbonaat wordt door General Electric Plastics in Bergen op Zoom bereid uit difenylpropaan en fosgeen — fosgeen is een chloorhoudend gas dat tijdens de eerste wereldoorlog goede diensten bewees als strijdgas.[2]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Steven Derix “Museum met een dubbele huid” (11 juni 2015) op nrc.nl
  2.   Weblink bron Karel Knip “Herverwerking van huisvuilplastic komt in Nederland nog nauwelijks voor : PVC verdwijnt uit verpakkingen” (16 september 1989) op nrc.nl