naamwoord

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naam·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naamwoord naamwoorden
verkleinwoord naamwoordje naamwoordjes

Zelfstandig naamwoord

naamwoord o

  1. (grammatica) een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt
    • Substantieven zijn zelfstandige naamwoorden, adjectieven zijn bijvoeglijke naamwoorden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord naamwoord naamwoorde

Zelfstandig naamwoord

naamwoord

  1. (grammatica) naamwoord