• me·tal
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vorm van rockmuziek’ voor het eerst aangetroffen in 1983 [1]
  • van het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord metal -
verkleinwoord - -

de metalm

  1. (muziek) harde rockmuziek


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


enkelvoud meervoud
metal metals

metal

  1. metaal


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal monbezield

  1. (scheikunde) metaal
  2. (heraldiek) tinctuur, metaal
  3. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal m

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


  • me·tal

metal monbezield

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan

metal

  1. mannelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord metat
  2. mannelijk enkelvoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord metat


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal

  1. (muziek) metal, heavy metal; een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20e eeuw is ontstaan


metal o

  1. (scheikunde) metaal