jachthond

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jacht·hond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jachthond jachthonden
verkleinwoord jachthondje jachthondjes

Zelfstandig naamwoord

jachthond m

  1. (dierkunde) een hond die speciaal gefokt wordt voor de jacht
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be