fenegriek

Nederlands

 
Trigonella foenum-graecum
Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·ne·griek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fenegriek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fenegriek m / o [2]

  1. (plantkunde) vlinderbloemige, sterk riekende plant Trigonella foenum-graecum   (wikidata: fenegriek  )
  2. (plantkunde) fenegriekblad of fenegriekzaad van Trigonella foenum-graecum  
  3. (specerij) gedroogd fenegriekblad of fenegriekzaad van Trigonella foenum-graecum   welke in voedsel worden gebruikt
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
35 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen