betaling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ta·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van betalen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord betaling betalingen
verkleinwoord betalinkje betalinkjes

Zelfstandig naamwoord

betaling v

  1. het overhandigen of overboeken van geld in ruil voor goed of dienst
    • De betaling is nog niet binnen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be