wetenschappelijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ten·schap·pe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wetenschappelijk wetenschappelijker wetenschappelijkst
verbogen wetenschappelijke wetenschappelijkere wetenschappelijkste
partitief wetenschappelijks wetenschappelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

wetenschappelijk

  1. (wetenschap) met betrekking tot of volgens de wetenschap
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be