schijfrem

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schijf·rem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schijfrem schijfremmen
verkleinwoord schijfremmetje schijfremmetjes

Zelfstandig naamwoord

schijfrem v/m

  1. (techniek) een rem, waarbij op de as van het af te remmen toestel een schijf meedraait, die door middel van remblokken afgeremd kan worden
    • De schijfrem wordt hydraulisch bediend vanaf het stuur. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be