boventoon

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·toon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boventoon boventonen
verkleinwoord boventoontje boventoontjes

Zelfstandig naamwoord

boventoon m

  1. (elektrotechniek), (natuurkunde), (muziek) iedere toon die een geheel veelvoud is van de grondtoon
    • Een boventoon met een tweemaal hogere frequentie dan een grondtoon, noemt men een octaaf. 
  2. (figuurlijk) belangrijkste,
     Een mengeling van bezorgdheid en angst voerde de boventoon in haar stem.[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de boventoon voeren
boven alles te horen, de toon aaangeven, de meeste invloed hebbend
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be