Hoofdmenu openen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ant·woord
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bescheid’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • uit het Middelnederlands [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden
verkleinwoord antwoordje antwoordjes

Zelfstandig naamwoord

antwoord o

  1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
     `Op die vraag zijn meerdere antwoorden mogelijk; zei ik.[3]
    • Op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven. 
  2. reactie, van repliek voorzien
    • Op die zet had ik geen antwoord. 
  3. oplossing voor een gesteld probleem
     Eerst lag er vrijwel alleen grind, maar nu is er zand toegevoegd en een pletwals strijkt wat oneffenheden weg. Zijn er dan toch grenzen aan het sadisme? Wie het haalt tot de laatste bocht naar links, weet het antwoord. Daar ligt weliswaar weer wat asfalt, maar het is een onvervalste muur: 24 procent. Het is hier dat la belle fille op haar fiets om hulp van boven smeekt.[4]
    • De regering had nog geen goed antwoord op dit probleem kunnen vinden. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
antwoorden

antwoord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    • Ik antwoord. 
  2. gebiedende wijs van antwoorden
    • Antwoord! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    • Antwoord je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorde

Zelfstandig naamwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
antwoord
geantwoord
volledig

Werkwoord

antwoord

  1. antwoorden


Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden / antweurde
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
Synoniemen
Antoniemen


Twents

enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden / antweurde
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)


Veluws

Zelfstandig naamwoord

antwoord

  1. antwoord; de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)