Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: noordpool


  • Noord·pool
enkelvoud bezitsvorm meervoud
naamwoord Noordpool Noordpools -
verkleinwoord - - -

Noordpool

  1. (aardrijkskunde) gebied tussen 66,5 en 90 graden noorderbreedte, noordpoolgebied
    • De Noordpool is een met ijs bedekte zee. 
  2. (aardrijkskunde) meest noordelijke punt op aarde
    • De lange tocht door het poolgebied was zo uitputtend dat hij moest terugkeren voordat hij de Noordpool had bereikt. 
  • noordpool (niet-aardrijkskundige betekenissen)