Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: UNO
       
0 0 0 1
uno,
op een abacus


Telwoord (Italiaans)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
1066 1069 1072 1075 1099 10100 10120 10303 103003
  • u·no

uno

  1. één, het getal 1

uno m

  1. (grammatica) een, mannelijk onbepaald lidwoord gebruikt vóór woorden die beginnen met s impura (oftewel s+consonant), gn, pn, ps, x en z
    «uno pneumologo»
    een longarts
    «uno sbaglio»
    een fout
    «uno xenofobo»
    een xenofoob
    «uno zoo»
    een dierentuin


Telwoord (pap)
0
1
(A, BC)
11 10 100
(A/A, BC)
103
2 12 20 200 106
(A, BC)
3 13 30 300 109
(A, BC)
4
(A, BC)
14
(A, BC)
40
(A, BC)
400
(A, BC)
1012
(A, BC)
5
(A, BC)
15
(A, BC)
50
(A, BC)
500
(A, BC)
1015
(A, BC)
6 16
(A, BC)
60 600 1018
(A, BC)
7 17
(A, BC)
70 700 1021
(A, BC)
8 18 80 800 1024
(A, BC)
9 19 90 900 1027
(A, BC)

uno

  1. een
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: unu.



  • u·no
Telwoord (spa)
0
1 11 21 10 100 103
2 12 22 20 200 106
3 13 23 30 300 109
4 14 24 40 400 1012
5 15 25 50 500 1015
6 16 26 60 600 1018
7 17 27 70 700 1021
8 18 28 80 800 1024
9 19 29 90 900 1027

uno

  1. één
vervoeging van
unir

uno

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van unir