• slaap·been
enkelvoud meervoud
naamwoord slaapbeen slaapbeenderen
slaapbenen
verkleinwoord slaapbeentje slaapbeentjes

het slaapbeeno

  1. (anatomie) één van de beenderen van de schedel
    • Het slaapbeen was ernstig beschadigd. 
86 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be