rusting

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rus·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rusting rustingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rusting v

  1. (militair), (verouderd) het geheel van de voor een taak benodigde bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, voor een persoon, voer- of vaartuig
    • Een ridder in volle rusting . 
  2. (techniek), (verouderd) een onderdeel van een meubel, machine of voertuig, waarop iets kan steunen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be