• la·za·rus
  • eponiem van  Lazarus en  dat kan verwijzen naar twee personen uit de Bijbel: de met zweren overdekte bedelaar die voor de poort van een rijk man lag uit Lukas 16:20-25 of de man die Jezus uit de dood opwekt in Johannes 11, in de betekenis van ‘stomdronken’ voor het eerst aangetroffen in 1673 [1] [2] [3]
stellend
onverbogen lazarus
verbogen

lazarus

  1. (informeel), (drinken) zo dronken dat iemand bijna dood lijkt
    • Autoriteiten op Mallorca en Ibiza willen dat in vliegtuigen naar Spanje geen druppel meer wordt gedronken. Dit moet voorkomen dat vakantiegangers lazarus op hun bestemming arriveren. [4] 
    • Sinds de Indiase deelstaat Bihar vorig jaar een alcoholverbod heeft ingevoerd, is het grootste deel van de in beslag genomen alcoholische dranken in rook opgegaan. De agenten beweren dat het goedje is opgedronken door ratten. De uitleg van de agenten werd door de inspecteur op enige scepsis onthaald, temeer daar de drank zich in flessen bevond. Maar volgens de wetsdienaars knabbelden de knaagdieren zich door de kurk om zich lazarus te kunnen zuipen.[5]  
  • Zich [het] lazarus drinken
Zoveel sterke drank nuttigen dat men het bewustzijn verliest, comazuipen
  • Zich het lazarus schrikken
Erg schrikken
94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[6]