naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
comazuipen
(comagezuip)


  • co·ma·zui·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
comazuipen
-
comagezopen
onvolledig

comazuipen

  1. inergatief alcohol consumeren totdat men het bewustzijn verliest
    • Men maakt zich zorgen omdat er zo veel door jongeren comagezopen wordt. 
  • De infinitief met te wordt meestal niet gescheiden: "te comazuipen".
  • Het zwak ongescheiden voltooid deelwoord "gecomazuipt" werd in januari 2016 zeker tien keer minder getroffen dan het sterk ongescheiden "comagezopen".
  • Er is geen gangbare vorm voor de onvoltooid verleden tijd. Je kunt die vorm omschrijven met een hulpwerkwoord:
    • aan het comazuipen zijn geeft dan: was aan het comazuipen;
    • gaan comazuipen geeft dan: ging comazuipen.
99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be