eponiem

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epo·niem
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘woord dat is afgeleid van een eigennaam’ voor het eerst aangetroffen in 1981 [1]
  • van het Oudgriekse ἐπώνυμος, een samenstelling van ἐπί met het achtervoegsel -oniem
enkelvoud meervoud
naamwoord eponiem eponiemen
verkleinwoord eponiempje eponiempjes

Zelfstandig naamwoord

eponiem o

  1. een woord dat gevormd is op basis van een eigennaam
    • Het woord 'saxofoon' is een eponiem. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen