houtblazer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hout·bla·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord houtblazer houtblazers
verkleinwoord houtblazertje houtblazertjes

Zelfstandig naamwoord

houtblazer m

  1. (muziek), (beroep) iemand die (beroepsmatig) een houtblaasinstrument bespeelt
    • De houtblazers vormen een belangrijke groep in een orkest. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be