duisternis

Nederlands

 
het licht dat schijnt in de duisternis
Uitspraak
Woordafbreking
  • duis·ter·nis
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘afwezigheid van licht’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • afgeleid van duister met het achtervoegsel -nis
enkelvoud meervoud
naamwoord duisternis duisternissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

duisternis v

  1. een toestand van weinig of geen verlichting
    • Door de invallende duisternis werd het onmogelijk de zoektocht voort te zetten. 
  2. (figuurlijk) een toestand van weinig of geen geestelijke verlichting
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen