Hoofdmenu openen

WikiWoordenboek β

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
zag door
doorgezien
klasse 5 volledig [dóórzien]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
doorzag
doorzien
klasse 5 volledig doorzíén

Werkwoord

dóórzien

  1. overgankelijkvluchtig iets lezen, doornemen
    • Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien. 

doorzíén

  1. overgankelijk inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden
    • Hij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
doorzien

doorzien

  1. voltooid deelwoord van doorzien

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.