Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
zag door
doorgezien
klasse 5 volledig [dóórzien]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzien
doorzag
doorzien
klasse 5 volledig [doorzíén]

Werkwoord

dóórzien

  1. (overgankelijk)vluchtig iets lezen, doornemen
    Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.

doorzíén

  1. (overgankelijk) inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden
    Hij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
doorzien

doorzien

  1. voltooid deelwoord van doorzien
In een andere taal lezen