website

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • web·site
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘plaats waar bepaalde informatie zich op internet bevindt’ voor het eerst aangetroffen in 1996 [1]
  • Leenwoord uit het Engels samengesteld uit web en site.
enkelvoud meervoud
naamwoord website websites
verkleinwoord websiteje websitejes

Zelfstandig naamwoord

website v/m

  1. (internet) een plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
    • Welk bedrijf heeft de website voor u gemaakt? 
     En het NOS Jeugdjournaal maakt een speciale website over 75 jaar vrijheid. Zo kun je nog beter begrijpen waarom we blijven vieren dat we in Nederland in vrijheid leven.[2]
     Dus aangekomen in een gehucht-met-wifi in Noord-Oregon (Big Lake Youth Camp) zocht ik een website waar ik fondsen mee kon gaan werven.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "website" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2.   Weblink bron nieuwsbegrip.nl “75 jaar vrijheid in Nederland” (2-9-2019), CED-groep
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

enkelvoud meervoud
website websites

Zelfstandig naamwoord

website

  1. (informatica) website


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

website

  1. (informatica) site, website, internetsite; een plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie