muskusos

Muskusos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mus·kus·os
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord muskusos muskusossen
verkleinwoord muskusosje muskusosjes

Zelfstandig naamwoord

muskusos m

  1. (zoogdieren) Ovibos moschatus  , onderfamilie bokken) is een plomp hoefdier met grote kop en brede snuit
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be