Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Is het verkleinwoord van ijs.
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord ijsje ijsjes

Zelfstandig naamwoord

ijsje o dim. tant.

  1. een van roomijs of waterijs vervaardigde lekkernij
     Ik was overdonderd door alle toeristen in het bezoekerscentrum. Ze arriveerden in bussen, maakten foto’s, kochten ijsjes en snelden in hun witte shirts door naar een volgende attractie.[1]
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ijsje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ijs

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be