Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·jes

Zelfstandig naamwoord

ijsjes mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ijsje
     Ik was overdonderd door alle toeristen in het bezoekerscentrum. Ze arriveerden in bussen, maakten foto’s, kochten ijsjes en snelden in hun witte shirts door naar een volgende attractie.[1]

ijsjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ijs

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers