hoogtevrees

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·te·vrees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogtevrees -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hoogtevrees v

  1. buitensporige angst voor hoogten
    • Haar hoogtevrees liet haar niet toe naar het panorama vanop de berg te kijken. 
     Doordat we niet altijd vaste paden volgden, werden we soms aan lange klimtouwen aan elkaar verbonden om steile sneeuwvlaktes te doorkruisen. Omdat ik altijd al last heb gehad van hoogtevrees vond ik deze steile stukken verschrikkelijk.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be